Blunderen

‘Macht is het voorrecht om te praten in plaats van te luisteren’, zei Karl Deutsch ooit. Tegenwoordig zie ik dan direct Donald Trump voor me: het prototype van een machtige witte man die niet naar anderen hoeft te luisteren en niet naar zichzelf hoeft te kijken. Dat maakt Trump tegelijk tot een nogal ouderwets personage. Ik ben er althans van overtuigd dat geen enkele eenentwintigste-eeuwer het zich uiteindelijk zal kunnen veroorloven om zijn eigen standpunt normaal en vanzelfsprekend te vinden, louter en alleen omdat het van hem is.

In Trouw van vorige week staat een mooi verhaal over een recent project van kunstenaar en fotograaf Jan Banning, The Sweating Subject. Dat ‘zwetende subject’ is Banning zelf. Hij reisde met zijn camera af naar enkele dorpjes in Ghana en vroeg de plaatselijke stamhoofden om voor hem te poseren. Zelf kroop Banning tussen hen in, zijn tolk drukte op het knopje. Het resultaat: foto’s van trotse, zelfbewuste mensen, die zich duidelijk op hun gemak voelen in elkaars gezelschap – met in hun midden een wit mannetje dat strak en stijf de camera in kijkt.

Banning herhaalt een bekend patroon uit de koloniale fotografie: blanke man trekt de bush in om zwarte mensen te ‘bestuderen’. Maar door één simpele ingreep, door te laten zien dat hij er zelf ook is, als lichaam tussen de lichamen, zet Banning alles op zijn kop. Deze witte man vindt zijn eigen blik niet langer vanzelfsprekend. Deze witte man heeft het voorrecht verloren om te denken dat zijn manier van kijken neutraal is. En brengt vervolgens precies dat in beeld.

The New York Times vond Bannings foto’s prachtig, maar durfde het niet aan om de serie te publiceren, bang als de krant is om beschuldigd te worden van racisme. Dieptreurig vind ik dat. Hier is een man die zichzelf letterlijk te kijk durft te zetten. Durf hem dan ook te laten zien! Als dat tegen iemands zere been is, dan horen we het wel. Dan kunnen we het tenminste ergens over hebben. Je kunt niet van witte mannen verlangen dat ze zichzelf totaal uitvlakken. Je kunt niet van hen eisen dat ze zich verontschuldigen voor hun lichaam. En dat hoeft ook helemaal niet. Je hoeft als witte man alleen maar te snappen dat je niet vanzelf spreekt. Dat ook jij toelichting behoeft.

Ik herinner me een voorval uit de tijd dat ik als student een aantal werkgroepen vrouwenstudies bijwoonde. Een jonge zwarte vrouw nam het woord en verklaarde zich niet helemaal te herkennen in onze maatschappijanalyses, waarin seksisme steevast de machtsverhoudingen bleek te ordenen. Ik schrok; we streden toch samen voor één doel? Als beginnend feminist voelde ik me al kwetsbaar genoeg en ik wilde graag dat de gelederen gesloten bleven. De docent van dienst reageerde door direct allerlei argumenten aan te voeren die moesten aantonen dat sekseverschil toch echt belangrijker, essentiëler, fundamenteler was dan kleurverschil. ‘Waarom vraagt die vrouw niet gewoon naar mijn ervaringen?’, verzuchtte mijn medestudente toen ze naast me neerplofte. Touché, dacht ik. Die opmerking kon ik mezelf ook aantrekken. Voel je niet gelijk aangevallen. Luister nou eerst eens even.

Het publieke debat over racisme is op dit moment totaal overspannen, en vaak vuil en onaangenaam. En toch denk ik: daar moeten we dan maar doorheen. Liever ruziën dan constant op eieren lopen. Je kunt niet verwachten dat mensen zich netjes gedragen als de macht wordt herverdeeld, daarvoor staat er simpelweg teveel op het spel. Bovendien: het is nog niet duidelijk wat het nieuwe netjes is. Alleen in een stabiele samenleving met een heel strikte hiërarchie is het volstrekt duidelijk wat de beleefdheid van je vraagt. In een wereld waarin geen enkel standpunt meer vanzelf spreekt, zullen mensen zich soms onvermijdelijk lomp gedragen. Wij zijn immers nog op zoek naar de nieuwe goede manieren.

In Ghana voelde Banning zich naar eigen zeggen ‘een kluns tussen waardige mannen’. Ik denk dat hij zichzelf daarmee behoorlijk adequaat beschrijft. Op de foto bij het Trouw-artikel zie ik althans een man die zich geen houding weet te geven – en dat pleit voor hem. Een nieuwe houding, dat is precies wat hij aan het uitvinden is. En die zal hij vinden. Juist omdat hij durft te blunderen.

Profiel en werkwijze van de WRR

Wetenschappelijke kennis toegankelijk en relevant maken voor de politiek is een vak apart. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) is daar expert in. Wat is het profiel van dit type experts, hoe verandert hun werk, en wat maakt de WRR uitzonderlijk in Nederland en Europa?

Ik vraag het aan mensen van de WRR en aan enkele cruciale ‘kritische vrienden’ van de raad. Op basis van die gesprekken schrijf ik een essay voor de directeur, waarmee hij missie en visie kan concretiseren.

Natuurbeelden

De voorstelling die we hebben van de natuur bepaalt onvermijdelijk (en vaak onbewust) het natuurbeleid. Reden voor het Planbureau voor de Leefomgeving om een dialoog tussen filosofen te organiseren over natuurconcepten en hun betekenis voor het Europese natuurbeleid.

Bruno Latour, Annemarie Mol, Wilhelm Schmid en Roger Scruton gaan met elkaar in debat in Amsterdam. Ik redigeer de (Engelstalige) publicatie met hun essays, schrijf mee aan de in- en uitleiding, en lever intermezzo’s met doorleefde natuurervaringen van enkele Europeanen.

Hersenbeest

Winnaar van de Socrates Wisselbeker voor het meest prikkelende en urgente filosofieboek van het jaar!

De drang van mensen om zichzelf te begrijpen is van alle tijden. En hersenwetenschap is in rap tempo de belangrijkste manier geworden om ‘de waarheid over de mens’ boven tafel te krijgen. Althans, in de ogen van het grote publiek. In mijn nieuwe boek Hersenbeest (Lemniscaat, april 2016) verken ik de kracht én zwakte van die aanpak. Op een persoonlijke en tastende manier.

“Hersenbeest” verder lezen