Complot

In een episode van Mad Men, de hitserie over de New Yorkse reclamewereld in de jaren zestig, raakt creatief directeur Don Draper verzeild op een feestje van een van zijn minnaressen. De machtige en succesvolle Draper, zoals altijd strak in het pak, steekt nogal af bij dit vrijgevochten liefje en haar alternatieve vriendenclub. Een van de gasten verwijt Draper dat ‘het systeem’ waarbinnen hij werkt een vals bewustzijn verspreidt, terwijl types zoals Draper dat systeem ondertussen louter voor hun eigen gewin aanwenden. Koeltjes zegt Draper: ‘Ik had het liever niet verklapt, maar er is geen grote leugen. Er is geen systeem. Het heelal is onverschillig.’

Ik moest aan deze scène denken toen ik onlangs in NRC Handelsblad een artikel las van socioloog Eric Hendriks, waarin hij op een grappige manier tekeergaat tegen complotdenkers. Hendriks richt zijn pijlen vooral op Willem Middelkoop, bekend van RTLZ en schrijver van Patronen van bedrog waarin hij het bestaan onthult van geheime, zelfzuchtige clubs die – zonder dat wij sukkels het in de gaten hebben – wereldwijd de touwtjes in handen hebben. Gelukkig is Middelkoop er om ons te waarschuwen. Met gevaar voor eigen leven! Want als die clubs werkelijk zo machtig zijn, zullen ze er geen been in zien om Middelkoop koud te maken, zoals Hendriks ironisch opmerkt. Waarna hij constateert dat dat hele complotdenken drijft op de ijdelheid van types zoals Middelkoop.

De roekeloosheid waarmee complotdenkers hun ontdekkingen verkondigen aan iedere voorbijganger die zich niet op tijd uit de voeten weet te maken, is inderdaad adembenemend. En die Middelkoop lijkt me zeker een ijdel mannetje. Maar in tegenstelling tot Hendriks geloof ik niet dat de meeste complotdenkers ijdel zijn. De relatie ligt anders. IJdelheid is een karaktertrek die maakt dat je een podium zoekt, dat je hengelt naar de aandacht van mensen die naar jouw verhalen over -bijvoorbeeld – geheime complotten willen luisteren. En wie zoekt, zal bovengemiddeld vaak vinden. Bekende complotdenkers zullen zeker vaak ijdel zijn, maar dat heeft eerder te maken met een verband tussen bekendheid en ijdelheid dan met een verband tussen ijdelheid en complotdenken.

Complotdenkers hebben volgens mij een andere eigenschap gemeen: ze kunnen niet omgaan met onvolmaaktheid. De afwezigheid van een verklaring voor een gebeurtenis is voor hen onverdraaglijk. Als een beroemd persoon omkomt bij een vliegtuigongeluk, moet dat gewoon wel het gevolg zijn van een samenzwering. Complotdenkers zien nog liever snode plannen dan menselijk onvermogen, of simpelweg toeval en pech.

Je komt dergelijke karakters ook in de filosofie tegen. Daar heten ze systeembouwers. Voor Hegel, Marx of Lacan is alles te verklaren met een beroep op ‘hun systeem’. Zo’n systeem kan tijdelijk nut hebben, als een soort denkoefening die bepaalde patronen in de wereld doet oplichten. Maar wat ik inmiddels ten diepste geloof, is dat de werkelijkheid te uitbundig en te groot is om volledig door onze geest in een of ander systeem gevat te worden. Je kunt alleen een coherent systeem bouwen door de werkelijkheid te redigeren. Door uit de realiteit te schrappen wat de aandacht afleidt van jouw hoofdboodschap. Waarmee je jouw idee belangrijker maakt dan de realiteit.

Tegenwoordig heb ik een nieuwe lakmoesproef: kan een theorie pijn, onvolmaaktheid en mislukking verdragen? Of ziet ze die als een aberratie, als een soort afwijking van de normaaltoestand? In dat laatste geval is de theorie meedogenloos. Totalitair. Dit soort denkneigingen vind je niet alleen bij bepaalde filosofen of complotdenkers, maar bijvoorbeeld ook bij marktgelovigen of esoterische goedpraters die elke beproeving presenteren als een kans om te leren en te groeien. Ja, tot je er dood bij neer valt, denk ik dan.

Don Draper heeft gelijk. Sommige dingen gebeuren gewoon. Ze hebben geen bedoeling. Het heelal is niet zozeer kwaadaardig als wel onverschillig. Mensen die vluchten in een systeem, doen dat om deze pijnlijke waarheid niet onder ogen te hoeven zien. Die neiging weg te kijken van de realiteit is overigens precies wat types als Draper zo machtig maakt. Het stelt hen in staat om via reclame de onderliggende menselijke angst voor onvolkomenheid te exploiteren. Het enige wat er op zit: onvolmaaktheid verdragen. Anders word je ofwel een vazal van een of ander denksysteem waaruit geen licht kan ontsnappen, ofwel een speelbal van snelle reclamejongens zoals Don Draper.