Principes

Misschien lijd ik aan wijsheid achteraf, maar na meer dan honderd dagen moeizaam informeren wordt het voor mij steeds mysterieuzer waarom Edith Schippers eigenlijk als eerste thema de omgang met migranten op tafel legde. Ze zette daarmee de schijnwerper vol op een kwestie die tot de ideologische identiteit behoort van GroenLinks, de nieuweling te midden van oude bekenden. Nog even los van de inhoud: zo’n nieuwkomer kan dan toch niet anders dan gaan staan voor zijn principes? Een beetje onderhandelaar probeert een win-win-gevoel te creëren, zou je zeggen. Maar het eerste wat Schippers deed, was de meest kwetsbare partij richting gezichtsverlies sturen.

Tja, en nu zitten we met de gebakken peren. Voorlopig komen we niet meer van principes af, voorspel ik. Om tot dat begeerde meerderheidskabinet te komen, zijn D66 en de ChristenUnie gedwongen om de degens te kruisen over het voltooid-leven-thema, op straffe van gezichtsverlies bij hun achterban. Beide partijen hebben teveel geïnvesteerd in de grote idealen die daarbij in het geding zouden zijn om daar nu rekkelijk over te gaan doen.

Eerlijk gezegd heb ik het wel gehad met dat principiële gedoe. Niet dat ik principes onbelangrijk of oninteressant vind, maar deze komen ijl en abstract op mij over. Want over welke onderwerpen hebben we het hier? Over migranten en voltooid leven. Geen kleine kwesties, maar nauwelijks kwesties die zich lenen voor regeringsbeleid. GroenLinks moest zich stuk vechten op een vraagstuk waar Nederland bijna niets over te zeggen heeft. En wat de voltooid-leven-discussie betreft: kiest u maar. Bent u voor autonomie of voor een zorgzame samenleving? D66 en de ChristenUnie moeten elkaar over deze schijntegenstelling in de haren vliegen.

Het probleem is dat principes worden uitgevochten op basis van extreme voorbeelden. Casussen worden niet belicht omdat ze de realiteit het beste vertegenwoordigen, maar omdat de lievelingsprincipes er zo lekker op toepasbaar zijn. Pleidooien over heroïsche politieke vluchtelingen worden gepareerd met verhalen over uitgekookte economische migranten. Heldere bejaarden die besluiten dat het genoeg is geweest, worden uitgespeeld tegen subassertieve ouderen die wegkwijnen in een verpleeghuis. Dit soort discussies leidt nergens toe omdat de patstelling al is ingebouwd. Het erge is dat mensen ondertussen tot abstracties worden gemaakt.

Voor echte doorbraken kun je beter kijken naar praktijken die in het wild aan het ontstaan zijn. Zo meldde deze krant onlangs dat burgemeester Heijmans uit Weert (‘SuperJos’) de landelijke regels trotseert en liever per migrant kijkt wat de beste aanpak is. Natuurlijk hoop je dat SuperJos zich daarbij ophoudt binnen de kaders van de wet. Maar je gunt hem ook dat die kaders niet te nauw zijn, en de regels niet te gedetailleerd. Zodat hij als verantwoordelijke tenminste iets kan doen met wat hij aantreft. Dat was in feite ook de portee van het advies van de commissie-Schnabel over voltooid leven. Volgens die commissie is een verdere explicitering van de euthanasiewet onverstandig. Vrij vertaald: loop praktijkmensen niet voor de voeten met jouw principes, maar laat hen de ruimte om naar bevind van zaken te handelen.

Hier een dagdroom: stel dat Schippers op dag één van de onderhandelingen de vergroening van de economie had aangesneden. Dat is nog eens een win-win-dossier! Hier zijn schuttersputjes nog niet gegraven en hadden ondernemers en milieuactivisten elkaar spannend en zinvol kunnen aanvullen. Een historische doorbraak lag in het verschiet – en nog wel op een cruciaal en fundamenteel onderwerp! In de roes daarna zouden de ijzeren principethema’s vermoedelijk opeens oude politiek hebben geleken. Leuke bijkomstigheid: groene economie is ongeveer het enige thema dat die zelfgenoegzame Buma uit de comfortzone zou hebben gedwongen.

Helaas, de realiteit is dat de formatie hapert vanwege non-discussies over starre principes. Hoe heeft juist de pragmatische VVD het zo ver kunnen laten komen? Ik denk dat dit, ironisch genoeg, komt doordat de VVD zo weinig gevoel heeft voor principes. De partij weet niet wat het is om aan hoogteziekte te lijden. Rutte schijnt echt verbijsterd te zijn geweest over de bezwaren van GroenLinks tegen de migratiedeal. ‘Zo’n klein dingetje, hier hadden we binnen tien minuten uit moeten zijn’, verzuchtte Rutte volgens NRC Handelsblad. Niet dus. Lekker dan.

Hyena’s

Verbaasd constateren politieke analisten na elk verkiezingsdebat dat de kiezer maar blijft zweven. Die debatten zetten kennelijk weinig zoden aan de dijk. Hoe zou dat nou toch komen? Hier een simpele suggestie: omdat de debatten teveel over tutonderwerpen gaan. Moet ik nu echt opveren van een uitvoeringsvraag als de precieze hoogte van de eigen bijdrage in de zorg? Of van wat partijen denken over het zingen van het Wilhelmus?

Terwijl onze politici over het volkslied aan het twisten waren, deden grote bedrijven een overnamebod op Unilever (enkele weken geleden) en AkzoNobel (enkele dagen geleden). Zowel Unilever als AkzoNobel hebben het bod afgeslagen, maar voelen zich nu wel gedwongen om zich te beraden op hun strategie. AkzoNobel had juist intern orde op zaken gesteld en de koers verlegd naar een meer duurzame langetermijnplanning. En onder leiding van Paul Polman poogt Unilever al tien jaar zijn omzet te verdubbelen en tegelijk zijn ecologische voetafdruk te halveren. Polman streeft naar duurzame aandelen die ook op langere termijn hun geld waard blijven. En al giechel ik persoonlijk om die rare ‘wereldgerechten’ van Knorr en heb ik na een bord Unox-soep de hele avond dorst, dat neemt mijn bewondering niet weg voor een man die weigert kwartaalcijfers te publiceren omdat hij die ‘veel te hijgerig’ vindt.

Achter het bod op Unilever zaten Braziliaanse miljardairs die uit zijn op snelle winst. Nu de aandeelhouders van Unilever weten dat deze types geld ruiken, gaan met name de Angelsaksisch georiënteerden onder hen morren. Kennelijk besteedt Unilever teveel geld aan duurzame investeringen en keert het bedrijf te weinig uit aan hen! Polman zal deze ‘teleurgestelde’ aandeelhouders snel duidelijk moeten maken dat hij hun boodschap heeft gehoord, vertelde economisch publicist Jeroen Smit aan deze krant. Polman moet ‘waarde creëren’ voor de aandeelhouders.

Als ik dat lees wordt het blanco in mijn hoofd. Waarin zijn deze aandeelhouders nu zo vreselijk teleurgesteld? En is Polman juist niet volop bezig met het creëren van waarde? Wat is dat eigenlijk voor een wereld waarin dergelijke zelfzuchtige aandeelhouders een werkelijk innovatieve en visionaire bestuursvoorzitter kunnen dwarsbomen?

Ik denk dat ik een denkfoutje zie. Al sinds de kleuterschool krijgen we ingepeperd dat inzet en talent geldelijk beloond zullen worden. Omdat geld verdienen samenhangt met talent, is de suggestie al snel dat iemand die geld heeft dus ook wel kwaliteiten zal hebben. Maar dat volgt logisch niet. Het enige wat je bij voorbaat weet van aandeelhouders is dat ze geld hebben. Dat garandeert geen ideeën, geen hart, geen talent. Dus waarom, oh waarom geven wij aandeelhouders blind de macht om bedrijven kapot te maken die werkelijk verschil willen en kunnen maken?

Ook aandeelhouders heb je in soorten en maten, en bedrijven als Unilever en AkzoNobel zullen het moeten hebben van beleggers die willen wachten op duurzame rendementen. De belangrijkste ideologische strijd van onze tijd wordt gevoerd tussen rijken met eigenbelang en rijken met welbegrepen eigenbelang. Onze politieke leiders staan er ondertussen schaapachtig bij te kijken. VVD-minister Henk Kamp vindt het bod op AkzoNobel niet ‘in het Nederlandse belang’. Pieter Omtzigt van het CDA roept dat ‘vitale Nederlandse bedrijven wettelijk beschermd’ moet worden. Dat inzicht komt niet alleen een beetje laat, het is wat mij betreft ook het verkeerde inzicht. Deze strijd draait niet om economisch nationalisme. Cruciaal is de mentaliteit van de aandeelhouders, niet hun nationaliteit. Alsof ik investeerders moet vertrouwen omdat ze alle coupletten van het Wilhelmus uit het hoofd blijken te kunnen zingen. Andersom: ik zou het toejuichen als een buitenlands bedrijf een Nederlands bedrijf wil overnemen omdat het grote kansen ziet dat bedrijf grondig te verduurzamen.

PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem schoot weliswaar niet in de Wilhelmusstand, maar raadde Unilever aan om zich te beschermen tegen ‘de hyena’s die je bedrijf proberen kapot te maken’. “Durf je kortetermijnaandeelhouders te weerstaan. Durf tegen hen te zeggen: ik ga niet dat langetermijnperspectief loslaten”, aldus Dijsselbloem.

Durf zelf eens wat!, zou ik onze politici willen toeschreeuwen. Pak die financiële hyena’s nu eens echt aan, zodat goedwillende bedrijven die voor een doorbraak kunnen zorgen minder kwetsbaar zijn! Als de verkiezingsdebatten daarover zouden gaan, zou ik ophouden met zweven en opgelucht landen op het hoofd van de politicus met het sterkste voorstel. Om daar dan woensdag mijn poepje op te doen.

Natuurbeelden

De voorstelling die we hebben van de natuur bepaalt onvermijdelijk (en vaak onbewust) het natuurbeleid. Reden voor het Planbureau voor de Leefomgeving om een dialoog tussen filosofen te organiseren over natuurconcepten en hun betekenis voor het Europese natuurbeleid.

Bruno Latour, Annemarie Mol, Wilhelm Schmid en Roger Scruton gaan met elkaar in debat in Amsterdam. Ik redigeer de (Engelstalige) publicatie met hun essays, schrijf mee aan de in- en uitleiding, en lever intermezzo’s met doorleefde natuurervaringen van enkele Europeanen.

Draad

Julia Blackburns biografie van een stille, bordurende visser is voor mij het mooiste boek van het jaar. Draad kent een sterke onderstroom van verlies en verzoening, en raakt aan de wonderbaarlijkheid van het leven. Ik recenseer het boek voor de Volkskrant.

“Een haring telt in totaal 478 graten. Slake is het Engelse woord voor de kalmte van het zeeoppervlak als daar vettige vissen onderdoor zwemmen. Typisch dingen die John Craske zou hebben geweten. “Draad” verder lezen